Waar oogkleur vandaan komt
De kleur van de iris hangt vooral af van hoeveel melanine, een bruin pigment, erin zit. Veel melanine geeft bruine ogen, een gemiddelde hoeveelheid groene of hazelkleurige ogen en heel weinig blauwe ogen. In blauwe ogen zit zelfs helemaal geen blauw pigment: ze lijken blauw om dezelfde reden als de lucht, door de manier waarop licht verstrooid wordt.
Hoeveel melanine de iris aanmaakt, hangt af van genen die je van beide biologische ouders erft. Het grootste effect komt van een stukje van chromosoom 15 met twee genen, OCA2 en HERC2. Verschillende andere genen voegen kleinere effecten toe.
Het model met twee genen
Lang voordat die genen gevonden werden, beschreven Deense onderzoekers op basis van honderden gezinnen de oogkleur met twee genen. Dat model is nog steeds de eenvoudigste manier om het uit te leggen:
- bey2 (chromosoom 15, nu gekoppeld aan OCA2 en HERC2) heeft een bruine en een blauwe variant. Bruin is dominant.
- gey (chromosoom 19) heeft een groene en een blauwe variant. Groen is dominant over blauw, maar een bruine bey2 verbergt het.
Iedereen heeft twee kopieën van elk gen. Eén bruine kopie is genoeg voor bruine ogen. Zonder bruine kopie geeft een groene kopie groene of hazelkleurige ogen. Alleen met blauw op alle vier de kopieën heb je blauwe of grijze ogen.
De aanname over verborgen genen
Je kunt niet zien of iemand met bruine ogen daaronder een blauwe variant draagt. De calculator gaat er daarom van uit dat elke ouder één kopie draagt van elke verborgen variant die bij zijn of haar oogkleur kan:
- Bruine ogen: één bruine en één blauwe bey2, één groene en één blauwe gey.
- Groene ogen: twee blauwe bey2, één groene en één blauwe gey.
- Blauwe ogen: blauw op alle vier de kopieën.
Dat is de aanname achter de cijfers die je het vaakst ziet, zoals 75% bruine ogen bij twee ouders met bruine ogen. Heeft een ouder met bruine ogen in werkelijkheid twee bruine kopieën, dan krijgen al zijn of haar kinderen bruine ogen. Voor sommige gezinnen is de kans op lichtere ogen dus kleiner dan hier staat.
Alle combinaties op een rij
| Ouders | Bruin | Groen of hazel | Blauw of grijs |
|---|---|---|---|
| Bruin en bruin | 75% | 18,75% | 6,25% |
| Bruin en groen | 50% | 37,5% | 12,5% |
| Bruin en blauw | 50% | 25% | 25% |
| Groen en groen | 0% | 75% | 25% |
| Groen en blauw | 0% | 50% | 50% |
| Blauw en blauw | 0% | 0% | 100% |
Een rekenvoorbeeld
Neem een ouder met bruine ogen en een ouder met blauwe ogen. Voor bey2 geeft de ouder met bruine ogen bruin of blauw door, half om half, en de ouder met blauwe ogen kan alleen blauw doorgeven. De helft van hun kinderen krijgt dus een bruine kopie en heeft bruine ogen.
De andere helft heeft twee blauwe bey2-kopieën, en dan beslist gey. De ouder met bruine ogen geeft groen of blauw door, half om half, en de ouder met blauwe ogen geeft blauw door. Een kwart van alle kinderen krijgt dus groene ogen en een kwart blauwe. De uitkomst: 50% bruin, 25% groen, 25% blauw.
Waarom de ogen van je baby nog kunnen veranderen
Veel baby's, vooral met een lichte huid, worden geboren met blauwe of grijze ogen. De iris maakt de eerste maanden nog melanine aan, waardoor ogen vaak donkerder worden, naar groen, hazel of bruin. Baby's die met bruine ogen geboren worden, houden die bijna altijd: in een Amerikaans onderzoek dat baby's tot 2 jaar volgde, hadden 73 van de 77 baby's met bruine ogen die nog steeds. De meeste kinderen hebben hun blijvende oogkleur rond hun eerste verjaardag, en kleine verschuivingen kunnen tot ongeveer 3 jaar doorgaan.
Grenzen van het model
Dit model is vereenvoudigd: echte erfelijkheid is ingewikkelder. MedlinePlus Genetics noemt OCA2 en HERC2 plus acht andere genen die de oogkleur bepalen, en samen werken ze meer als een dimmer dan als een aan-uitknop. Daarom krijgen twee ouders met blauwe ogen af en toe een kind met bruine ogen, iets wat het model met twee genen onmogelijk noemt. Zie de percentages als een leuke indicatie van wat waarschijnlijk is, niet als een voorspelling voor jouw baby.