Hoe bloedgroepen erfelijk zijn
Je bloedgroep bestaat eigenlijk uit twee uitslagen: de ABO-bloedgroep (A, B, AB of O) en de resusfactor (positief of negatief). Elk komt van een eigen gen, op verschillende chromosomen, dus een kind erft ze los van elkaar.
Voor ABO bestaan er drie varianten van het gen: A, B en O. Iedereen heeft twee kopieën, één van elke biologische ouder. A en B zijn allebei dominant, O is recessief: O is alleen zichtbaar als er geen A of B naast staat.
| Bloedgroep | Mogelijke genparen |
|---|---|
| A | AA of AO |
| B | BB of BO |
| AB | AB |
| O | OO |
De resusfactor werkt op dezelfde manier met twee varianten, D (positief) en d (negatief). Resus-positieve mensen zijn DD of Dd, resus-negatieve mensen zijn dd. Daarom kunnen twee resus-positieve ouders een resus-negatief kind krijgen, maar twee resus-negatieve ouders geen resus-positief kind.
Hoe de calculator werkt
Elke ouder geeft willekeurig een van zijn of haar twee kopieën door, net als bij kop of munt. De calculator zet alle mogelijke paren in een rooster, het kruisingsschema van Punnett, en telt de kansen per bloedgroep op.
Er blijft één onbekende over: op je bloeddonorkaart staat A, maar niet of je AA of AO bent. De calculator vult dat in met de gebruikelijke Europese genfrequenties (A 28%, B 8% en O 64% van alle ABO-kopieën, en 40% van de resuskopieën negatief). Daaruit volgt dat ongeveer 82% van de mensen met bloedgroep A een verborgen O draagt, ongeveer 94% van de mensen met B ook, en ongeveer 57% van de resus-positieve mensen een verborgen negatieve kopie. Kies je 'Weet ik niet' bij de resusfactor, dan rekent de calculator met het gemiddelde: ongeveer 16 op de 100 mensen zijn resus negatief.
Een rekenvoorbeeld
Neem een ouder met bloedgroep A en een ouder met bloedgroep B. De ouder met A geeft in ongeveer 59% van de gevallen A door en in ongeveer 41% O. De ouder met B geeft in ongeveer 53% B door en in ongeveer 47% O. Vermenigvuldig je die kansen, dan krijg je:
- AB: ongeveer 31%
- A: ongeveer 28%
- B: ongeveer 22%
- O: ongeveer 19%
Elke bloedgroep is dus mogelijk. Zijn beide ouders resus positief, dan geeft elk in ongeveer 29% van de gevallen de verborgen negatieve kopie door, en is de kans ongeveer 8% dat de baby resus negatief is. Alles bij elkaar is AB positief de meest waarschijnlijke uitkomst, met ongeveer 29%.
Sommige combinaties laten geen twijfel. Twee ouders met bloedgroep O krijgen altijd een kind met bloedgroep O. Een ouder met AB en een ouder met O krijgen een kind met A of B, half om half, en nooit AB of O.
Welke bloedgroepen mogelijk zijn
| Ouders | Mogelijk voor de baby | Niet mogelijk |
|---|---|---|
| O en O | O | A, B, AB |
| O en A | A, O | B, AB |
| O en B | B, O | A, AB |
| O en AB | A, B | O, AB |
| A en A | A, O | B, AB |
| A en B | A, B, AB, O | geen |
| A en AB | A, B, AB | O |
| B en B | B, O | A, AB |
| B en AB | A, B, AB | O |
| AB en AB | A, B, AB | O |
De resusfactor in de zwangerschap
De resusfactor telt vooral als de ouder die zwanger is resus negatief is en de baby resus positief. Een beetje bloed van de baby kan in het bloed van de zwangere ouder terechtkomen, vooral bij de bevalling. Het lichaam kan dan antistoffen tegen resus-positief bloed maken. Voor de eerste baby is dat meestal geen probleem, maar in een volgende zwangerschap kunnen die antistoffen de rode bloedcellen van een resus-positieve baby aanvallen.
Een anti-D-injectie voorkomt dat die antistoffen ontstaan. Je bloedgroep en antistoffen worden gecontroleerd bij het eerste bloedonderzoek in de zwangerschap. Resus-negatieve zwangeren krijgen meestal anti-D aangeboden in het derde trimester (rond 28 tot 30 weken), opnieuw na de geboorte als de baby resus positief blijkt, en na bloedverlies, een val of een klap op de buik. In Nederland en in andere landen wordt de resusfactor van de baby eerst bepaald uit het bloed van de zwangere ouder, zodat anti-D alleen wordt gegeven als het nodig is.
Grenzen van deze calculator
Het model gaat alleen over de twee belangrijkste bloedgroepgenen. Zeldzame varianten, zoals het Bombay-fenotype, cis-AB of zwakke D, kunnen uitkomsten geven die het schema onmogelijk noemt, en de percentages zijn maar zo goed als de Europese gemiddelden waarop ze rusten. Het is ook geen afstammingstest. Voor je eigen zwangerschap bepaalt je verloskundige of arts je bloedgroep en resusfactor en vertelt je of anti-D voor jou nodig is.