Hoe de lengte wordt voorspeld
De calculator gebruikt de streeflengte (target height), in 1970 beschreven door de Britse kinderarts James Tanner en zijn collega's. Artsen gebruiken die methode nog steeds om te zien of de groei van een kind bij de familie past.
Het idee is eenvoudig: kinderen komen meestal ergens rond het gemiddelde van hun twee biologische ouders uit. Omdat mannen gemiddeld zo'n 13 cm langer zijn dan vrouwen, verschuift de formule eerst de lengte van één ouder met 13 cm, zodat beide op dezelfde schaal staan:
- Jongen: (lengte moeder + lengte vader + 13 cm) ÷ 2
- Meisje: (lengte moeder + lengte vader − 13 cm) ÷ 2
De uitkomst is de streeflengte. Daaromheen ligt een marge van 8,5 cm naar beide kanten, waarbinnen de meeste kinderen als volwassene uitkomen.
Waarom de calculator naar moeder en vader vraagt
De formule is gebouwd op de biologische ouders, omdat de genen die zij doorgeven de lengte bepalen. Ze moet ook weten welke lengte van de moeder is en welke van de vader, want dat bepaalt in welke richting de correctie van 13 cm gaat. Dat is de enige reden voor die woorden: ze zeggen niets over wie het kind opvoedt. Stiefouders, adoptieouders en partners betekenen op alle andere manieren veel voor een kind, maar veranderen deze som niet.
Een rekenvoorbeeld
Stel dat de biologische moeder 165 cm is en de vader 180 cm. Samen is dat 345 cm.
- Voor een jongen: (345 + 13) ÷ 2 = 179 cm, met een marge van 170,5 tot 187,5 cm.
- Voor een meisje: (345 − 13) ÷ 2 = 166 cm, met een marge van 157,5 tot 174,5 cm.
Een broer en zus in dit gezin zouden gemiddeld 13 cm verschillen, al wijken echte broers en zussen daar vaak vanaf.
Wat de uitkomst betekent
De streeflengte is het midden van wat waarschijnlijk is, geen belofte. Twee kinderen van dezelfde ouders kunnen makkelijk 10 cm verschillen. Artsen leggen de streeflengte naast de groeicurve: een kind dat een vaste lijn volgt in de buurt van de streeflengte is geruststellend, terwijl een kind dat er ver vanaf raakt, vooral naar beneden, beter nog eens bekeken kan worden.
Aan de uitersten is de voorspelling zwakker. Wright en Cheetham lieten in 1999 zien dat kinderen van heel lange ouders vaak iets kleiner uitkomen dan de formule zegt, en kinderen van heel kleine ouders iets langer. Genetici noemen dat regressie naar het gemiddelde.
Wat lengte nog meer beïnvloedt
Genen verklaren het grootste deel van de verschillen in lengte tussen mensen, maar niet alles. Goede voeding, slaap en een goede gezondheid in de kindertijd helpen een kind zijn of haar aanleg te halen, en een langdurige ziekte kan de groei afremmen. In veel landen is elke generatie ook iets langer geworden dan de vorige, dus kinderen kunnen net boven het gemiddelde van hun ouders uitkomen.
Het moment van de puberteit bepaalt wanneer een kind groeit, maar nauwelijks hoe lang het wordt. Vroege bloeiers zijn vaak lang voor hun leeftijd en stoppen eerder, late bloeiers halen dat later in.
Andere manieren om de eindlengte te schatten
De streeflengte kijkt alleen naar de ouders. Zodra een kind een paar jaar oud is, geeft de eigen groei extra informatie: de meeste kinderen volgen van hun tweede of derde tot de puberteit ongeveer dezelfde lijn op de groeicurve. Als een arts een preciezere schatting nodig heeft, kan een röntgenfoto van hand en pols de botleeftijd laten zien, en daarmee hoeveel groeitijd er nog over is.
Grenzen van deze calculator
Dit is een vereenvoudigde schatting, en echte erfelijkheid is ingewikkelder: honderden genen voegen elk een klein beetje toe aan de lengte. De formule geldt niet voor kinderen met een aandoening die de groei beïnvloedt, en werkt niet zonder de lengte van beide biologische ouders. Maak je je zorgen over de groei van je kind, dan kan het consultatiebureau, het jeugdgezondheidscentrum of je huisarts je kind meten en de uitkomst in de groeicurve zetten.